De Heerenkuil

De Heerenkuil

ISBN 90-800902-8-x

De mare gaat dat twee Maastrichtse wethouders in het vroege voorjaar van 1920 beren kochten van circusdirecteur Wilhelm Hagenback uit Hamburg. Wie zal zoveel jaren later nog met zekerheid kunnen zeggen dat het twee wethouders  waren en niet drie of vier? Een aantekening op de offerte die Wilhelm stuurde luidt ‘de leden van het college’, wat impliceert dat zelfs burgemeester Van Oppen zich in het gezelschap had bevonden. Maar het is moeilijk om deze deftige en ernstige man in verband te brengen met een bezoek aan een circus uit die dagen.

Anders was dit voor zijn neef Emile van Oppen, die als wethouder belast was met de portefeuille Openbare     Werken en Bedrijven. Hij was een man van de natuur,  die met genoegen naar de bomen aan de Prins Bisschopsingel en in de Sint Hubertuslaan keek als hij op weg was naar het stadhuis. Hun forse verschijning ervoer hij als imponerend. Wandelend langs de Jeker in het Wilhelminapark had hij wel de neiging om zijn hand tegen de stam van zo’n gigant te leggen. Zijn hart lag meer hier dan in het centrum van de stad. De collega-wethouders waren van een ander kaliber. Hubert Hardy uit Wyck, van origine apotheker en houder van de portefeuille Onderwijs, zag de bomen op zijn pad niet eens, en van enige relatie tot de natuur is niets bekend. Zo ook weledele heer Jules Schaepkens van Riemst, die gehuwd was met een adellijke Francaise en aan de Boschstraat woonde. Hij had veel oog voor de historie van de stad, die was hem met de moedermelk ingegeven, maar op weg naar huis liep een hond hem hooguit voor de voeten. De twee zonen van Renier Nafzger hadden weliswaar een kat, maar die was meer bedoeld als mobiele muizenval. Naast deze collega’s sprong de aard van Emile van Oppen in het oog.



hit counter


Recent Posts